18 september 2023

Blessureregistratie in loopgroepen: blessures vóór zijn

Dit voorjaar had ik ineens een raar gevoel in mijn onderrug. Teveel zitten, teveel autorijden… Paar daagjes rustig aan. En ineens, op een zaterdag eind Maart, werd ik wakker met een scherpe pijn in mijn rechterheup en bilspier. Een pijn die nog vervelender werd toen ik probeerde op te staan: dit ging niet, steunen op mijn rechterbeen bleek onmogelijk. Help!

Na anderhalve dag hinken en nauwelijks slapen kon ik maandag eindelijk naar de huisarts. Haar conclusie: waarschijnlijk een hernia. Ik had niet alle symptomen maar de proef van Lasegue was pijnlijk en ik werd naar huis gestuurd met Naproxen 3x daags en paracetamol.

De pijnlijke plek:


Waarschijnlijk zo'n gele of groene zenuw. Het deed in elk geval veel pijn. Pas na twee weken kon ik ’s nachts de pijnstillers laten staan. De uiteindelijke diagnose was ofwel een “L3 hernia” ofwel een andere zenuwirritatie “ergens tussen de bilspieren”. L3 is de derde wervel:


Kon deze blessure voorkomen worden? Misschien. Ik negeerde in januari/februari het toen nog kleine pijntje. Als ik toen het juiste advies had gekregen was er misschien weinig aan de hand geweest. Als… als…

Blessures blijven onder de radar

Blessures blijken in loopgroepen vaak onder de radar te blijven. Lopers komen een paar weken niet omdat ze ergens iets voelen. Ze melden het niet en modderen wat aan. Bij professioneel begeleide groepen zoals Team 4 Mijl lig dat uiteraard anders: niets ontsnapt aan de aandacht en er is een sportarts of fysio direct voorhanden.

Ook in "gewone" serieuze wedstrijdgerichte trainingsgroepen zal de atleet dagelijks of wekelijks laten weten hoe de trainingen zijn gegaan en zal hij/zij bij elke training eventuele pijntjes of blessures melden, en zal de coach inspelen op signalen en in overleg met de atleet snel bij een behandelaar terecht kunnen. De atleet vult een logboek in met alle informatie. Maar... waarom dan dat niet ook in recreatieve loopgroepen doen?

De recreant kan natuurlijk een trainingslogboek bijhouden en dit dagelijks delen. Maar gaat dit werken? Als trainer zou je het kunnen eisen maar de kans is groot dat recreanten dit helemaal niet willen. Men wil vrijheid en wat privacy houden, en bij pijntjes bijvoorbeeld zélf besluiten om een dagje te rusten in plaats van dit met een trainer te moeten overleggen. Ook is de begeleiding veel minder professioneel en intensief en is het ook voor de trainer niet altijd duidelijk hoe te handelen, als hij/zij al weet wat er aan de hand is. Er is hier ook het risico dat leden afhaken omdat ze te weinig hulp krijgen en het gevoel hebben dat de loopgroep hen niet goed kan helpen.

Blessureregistratie Pilot: zicht krijgen op blessures

Voor we kunnen bepalen hoe om te gaan met het verschijnsel “blessures in een recreantengroep” moeten we eerst weten waar we het nu precies over hebben: hoe vaak komen deze blessures voor, wat is het verloop, welk type blessures. Ook: kunnen we blessures zien aankomen en in de kiem smoren als ze nog klein zijn. Er is natuurlijk al allerlei literatuur en onderzoek, maar we willen gevoel voor de materie krijgen.

En zo werd geboren: de BlessureregistratiePilot binnen Groningen Atletiek: een groep van 18 lopers werd wekelijks gevraagd naar blessures, en naar kleine pijntje die nog geen blessure zijn maar wel het hardlopen hinderen.

De opzet:

-        Elke week wordt de groep gevraagd of er nieuwe blessures zijn, cq. pijntjes zijn die het hardlopen ook maar enigszins belemmeren. Elk klein pijntje dat ervoor zorgt dat je bijvoorbeeld moet kiezen voor een rustig loopje in plaats van tempo’s moet worden gemeld;

-        Waar mogelijk geven we feedback over omgang met het pijntje of blessure;

-        Door elke week te registreren krijgen we een beeld van het verloop van een pijntje: wanneer begon het, wanneer werd het erger, wanneer verdween het.

De pilot heeft een half jaar gelopen en we kregen een schat aan informatie!

De resultaten zijn interessant!

In de groep van 18 lopers zagen we het volgende:

-        Zes lopers meldden al aan het begin van de pilot zwakke plekken zoals rug, achilles, bekken, knie. Deze zwakke plekken bleken tijdens de pilot af en toe op te spelen en weer te herstellen.

-        Één echt nieuwe blessure (zie inleiding hierboven)

-        Elf lopers zonder blessure

Opvallend: veel lopers met bekende zwakke plekken/chronische problemen. Dit hoorden we ook in andere trainingsgroepen. Wij denk dat dit te maken heeft met de gemiddelde leeftijd van onze trainingsgroep, ca 50 jaar. Op dergelijke leeftijden is de kans op chronische problemen uiteraard groter dan in jonge wedstrijdgerichte groepen. Ook wel opvallend is dat de lopers in het algemeen vrij goed weten hoe ze met hun situatie om moeten gaan: af en toe gas terugnemen, sommige oefeningen en intensieve trainingen overslaan, bepaalde herstel oefeningen doen.

 Ook opvallend: het grote percentage fitte lopers die niet geblesseerd raken gedurende de gehele periode.

Verder kreeg, zoals verwacht, de trainer veel meer informatie over pijntjes, blessures en dergelijke dan ervoor. Hierdoor kon de trainer beter begeleiden door advies te geven over blessurebehandeling en door enkele keren in te grijpen en aan te dringen op een gang naar de sportarts.

Eerste conclusies en overdenkingen

Hardlopers kunnen in enkele categorieën worden ingedeeld:

1)     Fitte lopers die al enige tijd (jaren) trainen en goed belastbaar zijn. Hierdoor raken ze niet geblesseerd tijdens reguliere looptraining;

2)     Fitte lopers die al enige tijd trainen maar wel gevoelig zijn voor blessures op bekende zwakke plekken (rug, knie, achilles). Ze raken soms overbelast maar weten op tijd terug te schakelen doordat ze ervaren zijn;

3)     Overige: dit zijn lopers die incidenteel geblesseerd raken, beginners die nog niet goed belastbaar zijn en die ook nog niet weten of ze zwakke plekken hebben.

De trainer kan rekening houden met blessurerisico bij de minder fitte sporters (lopers met zwakke plekken, ook beginners) door te differentiëren: trainingsbelasting aanpassen aan de eventuele zwakke plekken (niet sprinten bij achillespeesproblemen, geen sprongen of zware partneroefeningen bij rugproblemen etc etc). Ook door bij beginners goed in de gaten te houden hoe belastbaar ze zijn en alert te zijn op blessures.

Ook de lopers zelf gedroegen zich tijdens de pilot anders dan anders. Ze waren zich bewuster van blessures, wetende dat de trainer hier nu meer aandacht voor had, en er was minder de neiging om “er doorheen te lopen” (want de trainers wist er immers van).

Er nog wat verder over nadenkend…

Het is goed om je als trainer bewust te zijn van de belastbaarheid van de trainingsgroep. Dit kan worden bereikt via een goede intake waarbij duidelijk wordt wat potentiële zwakke plekken van de lopers zijn. Afgaande op de pilot groep van 18 lopers is zo’n 40% hierdoor verminderd belastbaar. Dit wetend, kan de trainer de training aanpassen door risicovolle belasting te beperken en/of differentiëren.

Het is zinvol om met de lopers af te spreken beginnende blessures altijd direct schriftelijk (mail, whatsapp) te melden. Er is dan een open communicatielijn en er is de mogelijkheid tot advies, consult, verwijzing. De trainer moet, indien nodig, hierbij ondersteund worden, bijvoorbeeld door hem/haar een flowchart of instructie aan te reiken waarin staat wat hij/zij moet doen in diverse situaties, en ook door “achtervang” te hebben in de vorm van andere meer ervaren trainers en bijvoorbeeld een fysio mailbox.